Home > Algemeen > Verbeteren, stabiliseren en vertragen

Verbeteren, stabiliseren en vertragen

We zien in ons centrum vaak patienten met uiteenlopende vormen van neuropathie. En met allerlei vervelende symptomen door die neuropathie. Om de symptomen goed te behandelen, zoals de brandende pijn aan de voeten, eist dit vaak wat over de rand van de hoed kijken. Maar naast het behandelen van de symptomen proberen we ook iets te doen aan de neuropathie zelf. Dat noemen de Duitsers pathogenetische behandeling. Het effect van die behandeling kan zijn: verbetering, stabilisering of vertraging van de progressie van de neuropathie.

Verbetering neuropathie

Patienten die enkele weken tot maanden behandeld worden merken soms duidelijke verbeteringen op, het sokgevoel wordt minder, de motoriek wordt beter, men kan weer fietsen, langer lopen zonder pijn of accordeon spelen. Dat laatste kon dan bijvoorbeeld niet door de afname van de fijne tast in de vingers. En die tast heb je nodig om de juiste toetsen in te drukken.

Als er een winst is opgetreden, en de manifestaties van de neuroipathie zijn minder problematisch, dan volgt vaak een periode waarbij we proberen de neuropathie te stabiliseren.


 

Stabiliseren neuropathie

Een neuropathie is altijd een chronische, levenslange aandoening, die langzaam erger wordt. Bij de CIAP zeggen we bijvoorbeeld, het wordt steeds erger, maar u komt niet in de rolstoel. Wat wij proberen is om de neuropathie te stabiliseren, dus dat er een periode is waarin de symptomen niet erger worden en de patient niet achteruit gaat. Na een periode van stabilisatie proberen we dan als laatste om de verslechtering af te remmen.

Vertragen achteruitgang neuropathie

Tenslotte proberen we de neuropathie achteruitgang te remmen, zodat het verlies van functie minder snel gaat dan als we niet zouden hebben behandeld.

Patient is rechter bij neuropathie

Of we met dat driestapsmodel scoren, dat bepalen bij ons natuurlijk altijd de patienten. Inmiddels hebben we ruime ervaring met verbeteren, stabiliseren en afremmen, en op onze site hoort u patienten die daar verslag van doen.

Hoe lang we doorgaan met onze behandeling hangt dus van het oordeel van de patient af. Vrijwel altijd voelt de patient aan zijn eigen lijf of het zinvol is om de behandeling te ondergaan. Daar is wel meestal een behandeling of 8 voor nodig, ook wel logisch bij zo’n chronische aandoening.

In het algemeen behandelen we eerst enkele maanden frequent, een maal per week, 8-10 maal, en dan langzaam iets minder, om de week, om de 2 weken, een maal per maand, etc. Patienten voelen meestal haarfijn aan welke frequentie het best bij hun past. Dat is dan wat we volgen.

Versie oktober 2009; auteurs: Prof.dr. Jan M. Keppel Hesselink en Drs David J. Kopsky, artsen  

Gerelateerde artikelen