Retinopathie bij diabetes

Het netvlies is een zenuwnetwerk. De retinacellen die het licht waarnemen en omzetten in een elektrische impuls zijn zenuwcellen. Een retinopathie is dus een bijzondere vorm van een neuropathie. Maar de oorzaak ligt niet direct in de netvliescellen zelf, maar in de klein bloedvaatjes in dat netvlies. 

Net zoals de neuropathie bij suikerziekte veel voorkomt, zien we ook vaak dat het netvlies is aangedaan. Iets minder dan de helft van alle patienten met diabetes heeft tekenen van een retinopathie. Bij het type 1 diabetes ontstaat de retinopathie meestal pas jaren na de diagnose. Maar na ongeveer 10 heeft ongeveer de helft van de patienten last van symptomen van de retinopathie. Bij type 2 diabetes kan er sneller retinopathie ontstaan. Bij het stellen van de diagnose vindt je tekenen van retinopathie bij 1 op de 4 patienten. 

Bloedvaatjes aangedaan

De meest belangrijke reden van het minder functioneren van de retina, het netvlies, is dat de kleine bloedvaatjes in dat netvlies beschadigd raken door afwijkingen in de vaatwand en daardoor ontstaat bloeden of vocht lekken. Dat wordt dan genoemd: er is vocht achter het netvlies. 

Door die vaatwandveranderingen, die lijken op aderverkalking, ontstaan uitstulpingen in de kleine vaatjes of zelfs afsluitingen ervan. Als reactie daarop ontstaat er dan weer een soort wildgroei van nieuwe kleine bloedvaatjes in het netvlies. Deze nieuwe bloedvaatjes zijn echter door de aanhoudende diabetische veranderingen van slechte kwaliteit en ze kunnen nog meer gaan lekken of bloedingen veroorzaken.

Oogarts raadplegen 

De diabetische retinopathie is in Nederland een van de belangrijkste oorzaak van slechtziendheid en blindheid tussen het 20ste en 70ste levensjaar en is dus ook een van de meest voorkomende complicatie van suikerziekte. Regelmatige controles bij de oogarts zijn zinvol om een tijdig de diabetische retinopathie op te kunnen sporen. Dan kan ook op tijd adequate behandeling door de oogarts ingesteld worden, waardoor de kans op slechter zien kan worden verminderd. 

Pycnogenol 

In ons centrum wijzen we de patienten vaak op het bestaan van pycnogenol, zie verwant artikel onder dit stuk.

December 2009: prof.dr. Jan M. Keppel Hesselink, arts

Gerelateerde artikelen