Home > Diagnose > Diagnose neuropathische pijn bij huisarts

Diagnose neuropathische pijn bij huisarts

jendrassek_reflex.jpg

De huisarts is de eerste arts die de patient ziet, ondrzoekt en kijkt of een chronische pijn neuropathisch is. Daarvoor zal hij eerst wat simpel neurologisch onderzoek doen, zoals ook honderd jaar geleden gedaan werd, zoals we hiernaast zien.

De huisarts heeft bij chronische pijn in principe drie diagnoses tot zijn beschikking: 

  1. nociceptieve pijn, waarbij de aandoeningen behoren zoals lage rugpijn en arthotische pijnen,
  2. neuropathische pijnen, waarbij de zenuwen zelf aangedaan zijn en
  3. chronische pijnen zonder duidelijk substraat. 
Het is van groot belang dat we ons realiseren dat neuropathische pijn vermoedelijk vaak niet optimaal behandeld wordt, en ook niet herkend wordt. We citeren een recent artikel hierover:

Neuropathic pain is probably underrecognized, and therefore undertreated, in primary care. As a result, although many medications with evidence of efficacy are available for neuropathic pain and they are probably underprescribed.[1]

Als we vervolgens naar de epidemiologie kijken van de neuropathische pijnen, zoals wat de frequentie is van voorkomen van deze pijn, dan zien we het volgende in de onderstaande tabel.

Diagnose: Pijnverdeling en pijnkwaliteit 

De diagnose is vooral afhankelijk van een goede anamnese, met name van de karakteristiek van de pijn en de verdeling, en van het neurologisch onderzoek. Het moge duidelijk zijn dat de diagnose klinisch is. Bij het neurologisch onderzoek is het testen van de sensibiliteit het belangrijkst. De stoornissen moeten neuro-anatomisch begrijpelijk zijn. We zagen bijvoorbeeld recent een patient waarbij de neuroloog geen reflexafwijkingen vond, levendige reflexen dus. De pijnklachten van de patient waren ontstaan na een hersenvliesontsteking (meningitis) op zijn 21ste jaar en de patient was toen wij hem het eerst zagen een 73 jarige man, die klaagde over pijn van top tot teen. De pijn was wel brandend van aard, vooral aan de voeten, maar ook aan de handen. Zonder dat er duidelijke te objectiveren afwijkingen waren. De neuroloog sprak van neuropathisch imponerende pijnklachten. Dat klopt dus qua karakteristiek van de pijnklachten, maar niet volgens de verdeling. Pijn van top tot teen is aspecifiek. Vermoedelijk is de diagnose dan ook pseudoneuropathische pijn. 

Appendix: Epidemiologie tabel: 

Conditions That Carry a Risk for Neuropathic Pain 

Condition Epidemiology
Peripheral neuropathic pain  
 Radiculopathy (lumbosacral, thoracic, or cervical) 37% in patients with prolonged low back pain
 Polyneuropathy (e.g., diabetic, alcoholic, postchemotherapy, HIV disease) 16% in patients with diabetes mellitus
  26% in patients with type 2 diabetes
 Postherpetic neuralgia 8% incidence in patients with herpes zoster
 Postsurgical neuralgia (e.g., postmastectomy pain) Not known (30%-40% after breast cancer surgery)13
 Nerve trauma 5% after verified trigeminal nerve injury
 Entrapment neuropathy Not known
 Trigeminal neuralgia Incidence of 27/100,000 person-yr
Central neuropathic pain  
 Stroke 8% in patients with stroke
 Multiple sclerosis 28% in patients with multiple sclerosis
 Spinal cord injury 67% in patients with spinal cord injury
 Phantom limb pain Incidence of 1/100,000 person-yr

Oktober 2010 Prof. dr. Jan M. Keppel Hesselink, David J. Kopsky, artsen

Referentie

[1] Haanpää ML, Backonja MM, Bennett MI, Bouhassira D, Cruccu G, Hansson PT, Jensen TS, Kauppila T, Rice AS, Smith BH, Treede RD, Baron R. | Assessment of neuropathic pain in primary care. | Am J Med. | 2009 Oct;122(10 Suppl):S13-21.

Gerelateerde artikelen