Home > Diagnose > Eerste stappen van de diagnose bij een neuropathie

Eerste stappen van de diagnose bij een neuropathie

reflex_l5s1_.jpgOm tot een goede diagnose te komen, zal de neuroloog met u de hele ziektegeschiedenis doornemen, uw symptomen willen weten, en wanneer deze optraden. Ook zal hij daarna een lichamelijk en neurologisch onderzoek verrichten. Hij zal uw reflexen onderzoeken, de gevoeligheid van uw huid, en de kracht van uw spieren. Hiernaast een honderd jaar oude foto van een onderdeel van het neurologisch onderzoek. Verder zal er veelal aanvullend onderzoek gedaan worden, zoals bloedonderzoek, een EMG en/of een onderzoek naar de geleidingssnelheid van de zenuwen.

In bepaalde gevallen kan er zelfs een monster van de zenuw genomen worden. Dat alles zal door de neuroloog gedaan worden en op basis van al dat onderzoek hoort u wat de diagnose is. De diagnose neuropathie wordt dus als eerste gebaseerd op basis van de symptomen en verschijnselen (de anamnese) en op het lichamelijke onderzoek.

Maar meestal zal ook aanvullend onderzoek nodig zijn. Vooral de neuroloog en/of de neuroloog/neurofysioloog komen dan in het beeld. Er zijn verschillende aanvullende onderzoeken om de kracht van de spieren, de reflexen en de gevoeligheid voor plaats, vibratie, temperatuur en lichte aanraking te bepalen. Eén van de meest gebruikte vormen van aanvullend onderzoek is het elektromyografisch onderzoek (EMG). Dat beschrijven we elders.

Er is een protocol opgesteld voor neuropathie dat hier te downloaden is.

Voorbeeld van neurologisch onderzoek

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde werd enkele jaren geleden precies beschreven waaruit het lichamelijke onderzoek van de sensibiliteit van een diabetische neuropathie bestaat [1]:

Voor het testen van de sensibiliteit van de voeten wordt geadviseerd de kop-puntdiscriminatie, de aanrakingszin met een watje en de vibratiezin met een stemvork van 128 Hz te testen.

Voor het testen van de sensibiliteit kan men gebruikmaken van het Semmes-Weinstein-monofilament van 10 g. Dit is een nylon filament waarmee een gestandaardiseerde druk op de voet wordt uitgeoefend die de patiënt normaal gesproken moet kunnen voelen.

In aanvulling op het onderzoek van de sensibiliteit wordt geadviseerd de achillespeesreflex te testen. Alle tests dienen bilateraal uitgevoerd te worden en het resulterende antwoord dient een simpel ‘ja’/’nee’ of ‘normaal’/’abnormaal’ te zijn.

Om de uitkomsten van de tests te kunnen beoordelen wordt voor het onderzoek van de sensibiliteit, de uitkomst distaal (voet) met de uitkomst proximaal (bovenbeen) vergeleken.  

Allodynie en hyperalgesie

Deze twee moeilijke woorden betekenen achtereenvolgens dat een simpele prikkel van de huid, bijvoorbeeld aanraking door lakens ’s nachts, een erge pijnervaring oproepen, en hyperalgesie betekent dat een lichte pijnprikkel als heel pijnlijk wordt ervaren. 

Een simpel klinisch onderzoek om neuropathische pijn vast te stellen is het zoeken naar tekenen van hyperalgesie en allodynie.

Allodynie kan worden getest door met een borsteltje of een wattenstaafje over de huid te wrijven. Indien een dergelijke simpele aanraking als pijnlijk wordt ervaren, dan is er sprake van allodynie. Aanwezigheid van allodynie geeft aan dat we te maken hebben met neuropathische pijn.

Hyperalgesie kan men testen met behulp van een scherp voorwerp of een zogenaamd monofilament, zoals hierboven beschreven werd. Dat is een klein instrumentje met een buigbare pin die op de huid wordt geplaatst. Als de pin doorbuigt, geeft dat een druk van 10 gram. Normaal is dat niet echt pijnlijk, maar bij mensen met neuropathie kan het zeer pijnlijk zijn.

Het monofilament wordt ook gebruikt om gevoelsverlies in de voeten ten gevolge van diabetische neuropathie op te sporen.

Distale symmetrische polyneuropathie

Er zijn verschillende testen voor distale symmetrische neuropathie die het type kunnen onderscheiden. De testen zijn mooi beschreven in de Amerikaanse richtlijnen voor deze aandoening. De testen bestaan uit het meten van de autonome zenuwfuncties, zoals hartslag, bloeddruk en zweten. Ook huidbiopten kunnen genomen worden om bijvoorbeeld de zogenaamde dunne vezelneuropathie te kunnen vaststellen.

 

Prof.dr. Jan M. Keppel Hesselink, MD en DJ Kopsky, MD, versie juli 2009

 

Referentie

[1] van Dam PS, Valk GD, Bakker K. | [Diabetic peripheral neuropathy: international guidelines for prevention, diagnosis, and treatment]. | Ned Tijdschr Geneeskd. | 2000 Feb 26;144(9):418-21.

Gerelateerde artikelen