Het boek ‘Beelden in de mist’

De schrijver van het boek ‘Beelden in de mist’ is prof. dr. Jan M. Keppel Hesselink, één van de oprichters van het Instituut voor Neuropathische Pijn. Hij werkte al als wetenschapper o.a. op het gebied van het ontstaan van chronische neurologische ziektes en neuropathische syndromen.

Geschreven door Prof. dr. J.M. Keppel Hesselink

boek beelden in de mist  Prof. dr. J.M. Keppel Hesselink

Zijn boek verscheen bij Erasmus Publishing in Rotterdam. Professor Oosterhuis, neuroloog in Groningen, schreef een bespreking van het boek, welke we hier citeren:

De examenkandidaat, die bij een 40-jarige patiënte met een rusttremor van de handen en een schuifelend looppatroon zonder meebewegen van de armen, de diagnose ‘MS multiple sclerose’ stelde i.p.v. ‘de ziekte van Parkinson’, moest het tentamen neurologie voor het artsexamen overdoen.

Bij het hedendaagse artsexamen wordt men geacht het essentiële verschil tussen

  • de rusttremor van de ziekte van Parkinson, die verdwijnt bij geïntendeerde bewegingen, te kunnen onderscheiden van
  • de intentietremor die vooral voorkomt bij MS Multiple Sclerose.

Ook het typische looppatroon bij de ziekte van Parkinson dient men na het co-assistentschap neurologie te kunnen onderscheiden. Deze lijkt namelijk op de spastisch-atactische gang van de patiënt met gevorderde MS.

Of dit diagnostisch vermogen 5-10 jaar na het artsexamen bij niet-neurologen nog aanwezig is, zou de moeite van onderzoek waard zijn. Onder andere gezien de eisen die het Raamplan 1994 stelt aan verworven medische kennis.

Onderscheid tussen aandoeningen

Ik moest aan mijn examenkandidaat denken toen ik in Keppel Hesselink’s ‘Beelden in de mist’ las. Waardoor pas in de 2e helft van de 19e eeuw het onderscheid tussen deze aandoeningen aan artsen duidelijk werd.

Beide ziekten gaan met een tremor gepaard, maar het essentiële onderscheid werd pas door Charcot in 1868 beschreven. Multiple Sclerose was in die tijd nog een weinig bekend ziektebeeld. Waarvan het anatomisch substraat pas in 1866 door Vulpian eenduidig was benoemd (sclerose en plaques).

Voor de moderne neuroloog is het niet goed denkbaar dat er een tijd is geweest dat het onderscheid tussen de ziekte van Parkinson, Multiple sclerose, tabes dorsalis (locomotorische ataxie) en chorea niet duidelijk was.

Charcot diagnosticeerde zelf de progressieve ataxie van een van zijn patiënten als tabes, totdat de obductie Multiple Sclerose aan het licht bracht.

Ontwikkelingen van de neuropathologie

Keppel Hesselink’s boek ‘Beelden in de mist’ gaat over de kinderjaren van de klinische neurologie in de 2e helft van de 19e eeuw. Na een kort hoofdstuk over de methoden van medische geschiedschrijving wordt het ontstaan van de klinische neurologie globaal geschetst.

De ontwikkeling van de neuro-anatomie, neurofysiologie en de neuropathologie in de 2e helft van de 18e, en het begin van de 19e eeuw hadden nauwelijks geleid tot een goed begrip van de klinische symptomen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de analyse van algemene neurologische boeken die tussen 1820 en 1843 waren verschenen.

De volgende hoofdstukken zijn gewijd aan de lokalisatieleer door de eeuwen heen, en de geschiedenis van de reflex. Na deze meer algemene capita volgen hoofdstukken over

  • epilepsie,
  • de ziekte van Parkinson (waarop de auteur gepromoveerd is),
  • de ziekte van Wilson,
  • Multiple Sclerose,
  • myasthenia gravis,
  • de verschillende vormen van progressieve spierdystrofie,
  • dementiële syndromen,
  • chorea en athetose,
  • ataxie, en paraplegie.

Identificeren en analyseren

De methode van studie van deze geselecteerde ziekten of syndromen is vooral prospectief. ‘Dit betekent dat men bijvoorbeeld de eerste beschrijving van het ziektebeeld of een concept identificeert, en vanaf die tijd in de toen geldende tekstboeken de opvattingen rond dit ziektebeeld of een concept in kaart brengt.

In aanvulling daarop kunnen artikelen uit die tijd geanalyseerd worden. Het voordeel van analyse van tekst- en leerboeken is, dat men daarin een toen actuele overeenstemming duidelijk uitgesproken vindt. In de artikelen worden de argumenten voor en tegen in een bepaalde opvatting vaker zichtbaar. Vooral de vele ’loose ends‘ vallen daarbij op. Dit doet meer recht aan de dynamiek van de vooruitgang van de medische kennis’ (bl. 14).

Formeel begint de klinische neurologie als zelfstandig specialisme wanneer Charcot in 1892 een leerstoel krijgt in Parijs. In de Franse school met Duchenne, Charcot en Babinski en vele anderen stonden de observatie en het onderzoek van de patiënt centraal.

Een precieze beschrijving en analyse van de symptomen, eventueel ook het picturaal vastleggen (de medische fotografie was juist begonnen), waren belangrijke hulpmiddelen. De obductie moest de samenhang leveren tussen de klinische bevindingen en het anatomisch substraat, maar schoot daarin vaak tekort.

‘Beelden in de mist’ geeft herkenbare entiteiten

Het is boeiend hoe in vrij korte tijd (1870-1920) een groot aantal neurologische ziekten van ‘Beelden in de mist’ tot goed herkenbare entiteiten werden. Meestal was het door intuïtie dat een clinicus het ‘archetype’ van de ziekte herkende. Hoe deze patroonherkenning precies tot stand kwam in het kader van een uitgebreide klinische ervaring, is lang niet altijd duidelijk.

Van Charcot wordt verteld dat hij op een vraag van zijn studenten hoe zijn diagnose tot stand kwam, soms antwoordde: ‘Ik kan dat niet zeggen, maar het is die ziekte en die is het’ (bl. 36). Ook nu weet de ervaren clinicus dat de argumentatie soms achteraf komt, als de diagnose eigenlijk al vaststaat. De ‘know-how’ van de expert is vermengd met een ‘know-not-how’ (‘tacid knowledge’).

Keppel Hesselink heeft een bewonderenswaardig werk verricht, waarvan hij het resultaat in enkele goed leesbare nauwkeurig gedocumenteerde capita selecta heeft weergegeven. De meeste hoofdstukken eindigen aan het begin van de 20e eeuw. Er blijft dus nog genoeg stof voor hem over voor een vervolgstudie.

Prof. dr. H.J.G.H.Oosterhuis, hoogleraar neurologie
Het boek ‘Beelden in de mist’

 

 

Nieuwe codes chronische pijn 2019
Wat is er te doen tegen hielpijn?
Niet om te lachen: Lachgas geeft neuropathie


Wat kunnen wij voor u betekenen?

Wat kunnen wij voor u betekenen?

Ik ga akkoord met de privacyverklaring*