Home > Neuropathie > Letsel > Lumbosacrale plexusneuropathie of plexopathie

Lumbosacrale plexusneuropathie of plexopathie

De lumbosacrale plexusneuropathie of plexopathie is een aandoening waarbij in het algemeen ernstige neuropathische pijn gecombineerd voorkomt met een klapvoet, en ook rugpijn kan daarbij aanwezig zijn. De meest voorkomende oorzaken van een plexopathie zijn trauma, tumoren en schade door bestraling.

Het beeld van de lumbosacrale plexopathie lijkt ook wel een beetje op een zogenaamde compressieneuropathie van de onderbeenszenuw (nervus peroneus) lopend over het fibulakopje. Deze plexusneuropathie komt wel voor na bevalling in de beensteunen, met een geïsoleerde verlamming van een voethefspier, de de M. tibialis anterior en de M. extensor hallucis longus, de grote teenhef spier. 

Aan andere beenspier, die op de tenen lopen mogelijk maakt, de zogenaamde M. tibialis posterior wordt verzorgd door de zenuw N. tibialis en komt uit de 5de zenuwortel, net als de N. peroneus  die de M. tibialis anterior en de M. extensor hallucis longus verzorgt.

Daarom is het van belang om bij een zwakte van de voetheffersspieren te kijken of er een normale kracht van de M. tibialis posterior, de tenenloopspieren is. Als dat zo is, pleit dat dus voor een peroneusneuropathie. Is de M. tibialis posterior eveneens verzwakt, dan pleit dit weer voor een L5-radiculopathie.

Zo kan je neuropathieen van elkaar onderscheiden.

De diagnose ‘lumbosacrale plexopathie’ wordt relatief vaak gesteld als complicatie van obstetrische situaties, na bevallingen dus.

In het NtvG van 2002 werd de samenstelling van die plexus mooi bescheven: [1]

De plexus lumbosacralis wordt gevormd door de rami ventrales van de lumbale en sacrale spinale zenuwen. De takken van L1-L3 en een deel van L4 vormen de plexus lumbalis, die met zijn wortels in de M. psoas ligt. De rest van de 4e lumbale tak en de tak van L5 verenigen zich tot de truncus lumbosacralis, die zich in het kleine bekken met de sacrale takken S1-S3 tot de plexus sacralis verenigt, waarvan zich als belangrijkste zenuw de N. ischiadicus afsplitst. De N. ischiadicus vormt uiteindelijk de N. peroneus en de N. tibialis.

Als de truncus lumbosacralis de bekkenuitgang kruist, is deze niet langer bedekt door de M. psoas, maar loopt hij onbeschermd langs de vleugel van het sacrum, vlakbij het sacro-iliacale gewricht. Op dit punt is de truncus lumbosacralis het gevoeligst voor compressie door het hoofd van de foetus. De vezels van de truncus die uiteindelijk het peroneusdeel van de N. ischiadicus vormen, liggen het meest dorsaal, en lopen daardoor dicht langs het sacrum. Deze vezels zijn gevoeliger voor compressie tegen het sacrum dan de ventraal gelegen vezels van de truncus, die uiteindelijk de N. tibialis vormen.

Dit anatomische gegeven verklaart dat een obstetrische lumbosacrale plexopathie met name uitval van de door de N. peroneus geïnnerveerde beenspieren kan geven en dan nogal eens foutief gediagnosticeerd wordt als een peroneusneuropathie, zoals in de casussen wordt geïllustreerd. In de literatuur wordt eveneens een geïsoleerde klapvoet beschreven ten gevolge van een ischiadicusneuropathie.

Ook in het hele verloop van de N. ischiadicus blijven de vezelbundels die de N. peroneus vormen gescheiden van de vezelbundels die de N. tibialis vormen. De meer lateraal gelegen peroneusvezels zijn vermoedelijk gevoeliger voor tractie en compressie dan de tibialisvezels. Met behulp van het elektromyogram worden alle door de verschillende zenuwen geïnnerveerde beenspieren in kaart gebracht, ook als ze klinisch geen afwijkingen vertonen. Hierdoor kan men onderscheid maken tussen deze ischiadicusneuropathie, een peroneusneuropathie, een plexopathie of een radiculopathie.

Lumbosacrale plexopathie door bestraling of kanker

Ingroei van tumoren in de plexus, alsmede de schade in de plexus die kan ontstaan na bestralingen kunnen dus ook aanleiding zijn tot een pijnlijke lumbosacrale plexusneuyropathie. [2]

De lumbosacrale plexopathie komt het meest voor na colorectale en gynecologische tumoren, sarcomen, en lymphomen. Kenmerkend is de zeer ernstige invaliderende pijn. Ook komen er focale gevoelsstoornissen voor in het verzorgingsgebied van de zenuwen en later ontstaat ook vaak spierzwakte.[3][4]

Bestralingsplexopathie kan zowel aan de benen als armen voorkomen. Bij de armen is het dan natuurlijk een gevolg van bestraling ten gevolge van een borst- of longtumor. [5]

Bestralingsplexopathie kan jaren na de bestraling optreden, en er is geen behandeling voor:[2]

Radiation-induced lumbosacral plexopathy most frequently develops between 12 months and 5 years following treatment, with a range from 1 month to 31 years. Although also dose related, this complication has been reported at doses as low as 1700 cGy.  

In de literatuur is er een grote afwezigheid van artikelen hoe de ernstige neuropathische pijn van plexopathie te behandelen. In een recent artikel wel een kort hoofdstuk over de behandeling, daaruit citeren we.

De behandeling van de pijnlijke plexopathie 

De pijn bij deze aandoening kan behoorlijk heftig zijn een een multomodale behandeling, zoals wij dat altijd volgen, wordt door de auteurs ook met klem aangeraden: A multimodality approach is necessary, including adequate use of opiate analgesics, and occasionally, infusion pumps, local and regional blocks, sympathectomy, rhizotomy, or other specialized procedures (e.g., acupuncture).

Als verdere mogelijkheden noemen de auteurs:[2] 

  1. Transcutane electrische zenuwstimulatie (TENS),
  2. tricyclische antidepressiva (zoals amitriptyline, nortryptiline, imipramine),
  3. gabapentine,
  4. lamotrigine,
  5. carbamazepine,
  6. topiramate, en zelfs baclofen, valproaat en fenythoine

Oktober 2010, prof. dr Jan M. Keppel Hesselink & David J. Kopsky, artsen

 

Referentie

[1] Brusse E, Visser LH. | [Footdrop during pregnancy or labor due to obstetric lumbosacral plexopathy]. | Ned Tijdschr Geneeskd. | 2002 Jan 5;146(1):31-4.

[2] Jaeckle KA. | Neurologic manifestations of neoplastic and radiation-induced plexopathies. | Semin Neurol. | 2010 Jul;30(3):254-62. Epub 2010 Jun 24.

[3] Jaeckle KA. | Neurological manifestations of neoplastic and radiation-induced plexopathies. | Semin Neurol. | 2004 Dec;24(4):385-93.

[4] Pettigrew LC, Glass JP, Maor M, Zornoza J. | Diagnosis and treatment of lumbosacral plexopathies in patients with cancer. | Arch Neurol. | 1984 Dec;41(12):1282-5.

[5] Johansson S. | Radiation induced brachial plexopathies. | Acta Oncol. | 2006;45(3):253-7.

[6] Jaeckle KA. | Neurologic manifestations of neoplastic and radiation-induced plexopathies. | Semin Neurol. | 2010 Jul;30(3):254-62. Epub 2010 Jun 24.

[7] Jaeckle KA. | Neurologic manifestations of neoplastic and radiation-induced plexopathies. | Semin Neurol. | 2010 Jul;30(3):254-62. Epub 2010 Jun 24.