Wat is de invloed van de mestcel bij CRPS (Sudeck)?

Bij CRPS of Sudeck is er sprake van een chronische ontsteking van onbekende origine, maar speelt een speciale ontstekingscel, de mestcel, wel een belangrijke rol, Daarom beschrijven we nu de rol van de mestcel bij Sudeck en het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS), en we volgen de tekst van professor Huygen daarbij grotendeels.

Neuro immuun aanpassingen bij het CRPS

Inleiding

73450545-7active-Studio-Dreamstime-INP-Instituut-voor-Neuropathische-Pijn De mestcel bij Sudeck CRPS

Het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) is een ziekte die kan optreden als een complicatie na chirurgie of trauma. Het spontaan ontstaan van de aandoening is ook beschreven.

CRPS wordt gekarakteriseerd door continue pijn, sensorische, vasomotorische, sudomotorische, motorische en trofische stoornissen. Veel van deze symptomen zijn normaal na chirurgie of trauma.

Ze passen bij een steriele ontstekingsreactie. Dit proces herstelt zich in de regel. Karakteristiek voor CRPS is echter dat die ontstekingsreactie door de mestcel niet lijkt te stoppen.

Bovendien zijn er ook verstoringen van functies van het centrale zenuwstelsel. Dat uit zich in aanrakingspijn, allodynie, en balansverstoringen zoals sympathische disregulatie en dystonie.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen

  • CRPS type 1 (CRPS 1), zonder zenuwschade en
  • CRPS type 2 (CRPS 2), met zenuwschade.

Neuro immunologische veranderingen in het Complex Regionaal Pijn Syndroom

Klinische aspecten van het CRPS zijn oedeem, lokale temperatuur verandering en chronische pijn. Op basis hiervan veronderstellen wij dat een neurogene ontsteking ten grondslag kan liggen aan CRPS. Activatie van het immuunsysteem zou kunnen leiden tot de vrijmaking van ontstekingsstoffen.

Dat zijn neuropeptiden, en pro-inflammatoire cytokines samen met vetjes, de eicosanoiden.  Op hun beurt kunnen deze stoffen leiden tot een complexe interactie van primair en secundair gevormde mediatoren van ontsteking. 

Bewijs voor lokale ontsteking bij CRPS Syndroom type 1

Het doel van een studie was onderzoek naar de betrokkenheid van neuropeptiden, cytokines en eicosanoiden als lokaal gevormde mediatoren van ontsteking bij CRPS 1. Op de aangedane en niet aangedane extremiteit werden kunstmatig blaren gemaakt. Bloed en blaarvocht werd afgenomen uit de aangedane en niet aangedane extremiteit. Ontstekingsmoleculen werden gemeten. 

In plasma werden geen veranderingen in de mediatoren van ontsteking gezien. In blaarvocht werden wel duidelijk hogere gehaltes gevonden van IL-6 en TNFα in de aangedane extremiteit vergeleken met de niet aangedane extremiteit. 

Dit is de eerste studie waarin de betrokkenheid van mediatoren van ontsteking bij CRPS 1 zo duidelijk en direct werden aangetoond. Deze waarneming opent nieuwe wegen voor het succesvolle gebruik en de ontwikkeling van immunosuppressiva in CRPS 1. De mestcel is een ontstekingscel.

Behandeling van CRPS 1 met anti-TNF

Intraveneuze toediening van anti-TNF wordt toegepast bij de ziekte van Crohn, reumatoïde artritis en een paar andere ontstekingsziekten waarbij TNF-α bijdraagt aan de klinische symptomen van de ziekte.
Er zijn voldoende indicaties om een rol te veronderstellen voor anti-TNF in de behandeling van CRPS 1, namelijk:

  • a) observatie dat IL-6 en TNF-α betrokken zijn bij de pathofysiologie van CRPS 1,
  • b) een in een studie van Vaneker veronderstelde genetische predispositie en specifieke rol voor het TNF2 allel in CRPS 1
  • c) de observatie dat IL-6 en TNF-α een sleutelrol spelen in de ontwikkeling van de klinische symptomen en
  • d) dat deze symptomen in dit model minder worden met anti-TNF.

Twee patiënten met CRPS 1, volgens de criteria van Bruehl, werden succesvol behandeld met anti-TNF. Verbetering werd aangetoond door veranderingen in klinische en biochemische parameters.

Betrokkenheid van mestcellen bij CRPS type 1

De pathogenese van CRPS 1 blijft onderdeel van discussie.

Afferente en efferente mechanismen en betrokkenheid van het centraal zenuwstelsel worden verondersteld. Eerder bleken pro-inflammatoire cytokines IL-6 en TNF-α een rol te spelen in de pathogenese van CRPS 1. Dit is een direct bewijs voor een ontstekingsproces.

Vele typen cellen zoals geactiveerde T-lymfocyten, monocyten, macrofagen en in de huid aanwezige cellen zoals de mestcel, kunnen bijdragen aan de productie van cytokines. Betrokkenheid van mestcellen is relatief eenvoudig te detecteren door meting van tryptase.

In deze studie werden 20 patiënten onderzocht, met CRPS 1 in één extremiteit. Kunstmatige blaren werden gemaakt in de huid met een vacuüm suctie methode. In het blaarvocht van de aangedane en niet aangedane extremiteit werden de gehaltes van IL-6, TNF-α en tryptase bepaald.

Er werd een duidelijk verschil gevonden tussen de aangedane en niet aangedane extremiteit in de gehaltes van de IL-6, TNF-α en tryptase. Er was een duidelijke correlatie (0.455) tussen de intensiteit van pijn en tryptase gehaltes in de aangedane extremiteit.

Gebaseerd op deze bevindingen hebben we geconcludeerd dat mestcellen betrokken zijn bij de ontstekingsreactie in CRPS 1. De auteurs veronderstellen dat mestcellen een rol kunnen spelen in de productie van cytokines zoals TNF-α.

Algemene conclusie

Onze observatie van betrokkenheid van IL-6 en TNFα in CRPS 1 is een direct bewijs voor ontsteking. Het blijft de vraag hoe de cytokines zich gedragen gedurende het verloop van de ziekte. Zonder twijfel zullen niet alleen pro-inflammatoire maar ook anti-inflammatoire stoffen zoals IL-10 betrokken zijn.

De betrokkenheid van mestcellen is nu aangetoond in CRPS 1. Deze bevindingen suggereren een rol voor mestcellen in de afgifte van cytokines. Aanvullend onderzoek is nodig om de betrokkenheid van andere cellen vast te stellen.

Gebaseerd op deze bevindingen is er mogelijk plaats voor een farmacologische interventie studie bij patiënten met CRPS 1 met mestcel specifieke anti-allergische farmaca zoals antihistaminica en mestcel stabilisatoren. Daarbij komt allereerst Palmitoylethanolamide (PEA) in gedachten.

De vraag blijft waarom sommige mensen met hetzelfde trauma of dezelfde chirurgische ingreep CRPS ontwikkelen, en waarom anderen dit niet doen? Is er een genetische predispositie of een verworven immunologische verandering voor CRPS 1 vatbaarheid?

CRPS en Palmitoylethanolamide (PEA)

Er zijn dus veel aanwijzingen dat bij CRPS een laaggradige ontsteking een rol speelt, waarbij de mestcellen meedoen. Vandaar dat Palmitoylethanolamide (PEA) een boeiende behandeloptie is, mede omdat het ook pijnstillend is.

PEA, deze stof is ongeveer 20 jaar geleden genoemd als bijzonder middel tegen ernstige neuropathische pijn. Dat was door de Italiaanse hoogleraar professor Riva Montelcini, een Nobelprijs winnares, die 102 jaar oud is geworden. Inmiddels zijn er meer dan 1000.000 patiënten met PEA behandeld, en heel vaak met zeer behoorlijke tot indrukwekkende resultaten.

Uit onze klinische ervaring en uit onderzoek blijkt dat PEA pijnstillend werkt bij pijn na een beroerte, ernstige rugpijn, herniapijn, gordelroospijn. Of bij pijn bij afklemming van zenuwen, zoals bij het Carpaal Tunnel Syndroom (CTS), pijn bij diabetes, om maar een paar te noemen.

Palmitoylethanolamide (PEA) heeft geen bijwerkingen

PEA is een lichaamseigen stof die geen bijwerkingen heeft, maakt het voor veel patiënten veel prettiger om in te nemen dan bijvoorbeeld Lyrica en dat soort chemische middelen.

Wij schrijven PEA voor bij patiënten met moeilijk te behandelen neuropathische pijn, zoals bij CRPS. De dosis is 3 maal daags 400 mg, en bij te weinig effect de dubbele dosis. 

Bij patiënten die PEA gebruiken zeggen we altijd dat de stof eerst moet inwerken, en dat de eerste pijnstillende werking ongeveer binnen drie weken kan optreden, maar soms is het nodig om langer te behandelen, 6 weken. In die periode moet dan duidelijk worden of de stof werkzaam is in uw specifieke geval. De dosisaanbeveling voor de eerste 6 weken is 1200 mg/dg.

Onze voorkeur hebben PEA supplementen met PEA-opt keurmerk (in Nederland GMP geproduceerd) en PEA-um (in Italië GMP geproduceerd). Alleen deze zijn afdoende klinisch getest qua veiligheid en werkzaamheid.

Oktober 2010, prof. dr. Jan M. Keppel Hesselink en David J. Kopsky artsen, revisie maart 2011 en september 2011, maart 2012, december 2013, mei 2019, prof. dr. Jan M. Keppel Hesselink, pijnarts
‘Wat is de invloed van de mestcel bij CRPS (Sudeck)?’

Bekijk hier de video’s van onze artsen over de mestcel bij Sudeck.

Literatuur over CRPS behandelingen

PEA tegen pijn bij Bechterew en diabetes
DVN bij sarcoidose behandeld met Fenytoine crème
Resolvines zinvol bij neuropathie?


Wat kunnen wij voor u betekenen?

Wat kunnen wij voor u betekenen?

Ik ga akkoord met de privacyverklaring*